STEMWIJZER
voor de toekomst


Klimaatbeleid


In het kort: Steeds meer signalen komen binnen dat de wereldwijde temperatuursverhoging niet beperkt blijft tot 1,5 graad Celsius in 2050. In het huidige tempo is volgens het IPCC de 1,5 graad Celsius verhoging al vóór 2040 bereikt. Maar het tempo neemt almaar toe en de kans is groot dat de temperatuursverhoging in 2030 al 1,5 graad, in 2050 al 3 en in 2100 zelfs 5 graden Celsius of meer is. De gevolgen zijn enorm. Wat moeten wij doen om die temperatuursverhoging zoveel als mogelijk te beperken? Alleen het klimaatakkoord uitvoeren lijkt weggegooid geld.


Het Planbureau voor de Leefomgeving stelt jaarlijks een rapport op over de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd (Trends in global CO2 and total greenhouse gas emissions; Jos Olivier en Jeroen Peters). Het rapport van 2018 geeft de status van 2017 en een vooruitblik voor 2018. Broeikasgassen CO2, CH4, N2O en F-gassen, zijn verantwoordelijk voor de toename van de wereldwijde temperatuursverhoging. Hoe meer broeikasgassen des te sneller de toename van de temperatuur. CO2 is het belangrijkste broeikasgas en komt het meest voor.

 

 



Conclusies uit dit rapport: Wereldwijd stijgt de uitstoot van broeikasgassen gemiddeld met 1,3 % per jaar. De stijging is direct gerelateerd aan de economische groei; deze was gemiddeld 2,4 % per jaar. Volgens het IMF veroorzaakt de tastbare economie de helft van deze economische groei en de financiële wereld de andere helft. Een daling van de economische groei tijdens de crisisjaren rond 2008 laat ook een daling van de uitstoot zien. China, de grootste vervuiler op deze aarde, heeft een aantal jaren veel in duurzame energie geïnvesteerd waardoor weinig toename van broeikasgassen. In 2017 is China weer begonnen met extra uitstoot en in 2018 wordt 5 % extra uitstoot verwacht. Ook in de EU stijgt de uitstoot van broeikasgassen de laatste jaren weer; in 2017 was dit 1,1 % bij een economische groei van 2,6 %. In Nederland was de CO2-uitstoot in 2017 even hoog als in 1990. Dus alle energie en isolatie maatregelen zoals windmolens, zonnepanelen, elektrische auto’s, spouwmuur isolatie etc. , hebben de uitstoot in Nederland niet kunnen verminderen. De energiemaatregelen zijn volledig opgegaan aan economische groei. De overige broeikasgassen zijn wel afgenomen maar het doel van 25 % afname broeikasgassen in 2020 wordt lang niet gehaald. De uitstoot van landen op zich geeft een vertekend beeld. Nederlanders kopen steeds meer spullen in bijvoorbeeld China. Ten opzichte van de economische groei neemt hierdoor de uitstoot in China toe en in Nederland af. Nederlanders veroorzaken daarom ieder jaar meer CO2.

Akkoord van Parijs: In 2015 hebben 195 landen afgesproken hun best te doen de temperatuurstijging te beperken tot 2 graden Celsius waarbij men streeft naar 1,5 graad Celsius in 2050. De uitstoot van broeikasgassen moet dan in 2050 tot nul zijn gereduceerd. De EU heeft zich ambitieus opgesteld en heeft de volgende doelstelling geformuleerd: in 2020 moet 20 %, in 2030 moet 40 % en in 2050 moet 80 % minder CO2-uitstoot zijn gerealiseerd. Nederland heeft de doelstelling voor 2030 voor zichzelf verhoogd naar 49 % minder CO2-uitstoot. In onderstaande grafiek is te zien hoe de verdeling broeikasgassen verloopt van 1990 tot 2018.

 

Dit akkoord heeft nogal wat bedenkingen. China bouwt op dit moment honderden steenkoolcentrales in binnen en buitenland. China en India beginnen niet vóór 2030 met het terugdringen van de broeikasgassen. De VS hebben zich uit dit akkoord teruggetrokken. Ontwikkelingslanden hebben een vrijbrief om de economische groei te stimuleren zonder zich te bekommeren om de uitstoot. Gevolg is dat de broeikasgassen ieder jaar toenemen en de doelstelling om de temperatuur met maar 1,5 tot 2 graad Celsius te laten toenemen in 2050 bij lange na niet gehaald wordt. De kans is veel groter dat dit 3 in 2050 tot 5 graden Celsius of meer in 2100 wordt en daarna nog verder stijgt. Als je bedenkt dat de wereldbevolking de komende decennia ook nog eens met de helft groeit, is 2 graden Celsius in 2050 niet realistisch.

De gevolgen van een wereldwijde temperatuurstijging met 3 tot 5 graden Celsius zijn enorm. De Wereldbank geeft de gevolgen bij 2 graden Celsius verhoging. Sommige landen zijn dan onleefbaar, de zeespiegel stijgt enkele meters, landbouw is op veel plaatsen niet meer mogelijk. En massamigraties, onrust en gewapende conflicten komen steeds vaker voor. Water is voor veel mensen niet meer beschikbaar. Miljoenen mensen sterven de hongerdood.

 Het volgende klimaatbeleid is nodig om de temperatuurstijging zoveel mogelijk te beperken.

  1. Nederland moet de uitstoot van broeikasgassen verminderen.
  2. De economische groei van de EU en Nederland moet verminderen naar 0 % per jaar.
  3. Andere landen dwingen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
  4. De wereldbevolking moet verminderen.
  5. Ons land moet zich verdedigen tegen de gevolgen van hoge temperatuurstijgingen.

Ad 1; Nederland moet de uitstoot van broeikasgassen verminderen volgens de afspraken gemaakt door de EU; het klimaatakkoord is daarvan de uitkomst. Ondanks dat het een minimale temperatuurstijging tegengaat bij een maximale inspanning is dit toch van belang. De rijkste landen met de meeste uitstoot moeten beginnen en dat zijn wij. Onze consumptieartikelen komen voornamelijk uit het verre Oosten en zijn daar geproduceerd met zeer vervuilende steenkool. De wereldwijde uitstoot neemt sterk af als wij deze artikelen binnen de EU gaan produceren met duurzame energie (zie punt 3). Wij moeten dan wel zelf overgeschakeld zijn op duurzame energie. Gebruik van duurzame energie maakt ons ook onafhankelijk van politiek instabiele olie landen.

Ad 2; De economische groei afremmen tot 0 %. De economische groei is al jaren ongeveer 2,4 % wereldwijd. En de uitstoot van broeikasgassen volgt deze trend. Dat is begrijpelijk want de wereldwijde economie is gebaseerd op ongeveer 90% fossiele brandstoffen. Economische groei veroorzaakt dan ook evenredig meer broeikasgassen. Vervanging van fossiele energie door duurzame energie verloopt langzaam. Duurzame energie is tot ver na 2050 duurder dan fossiele energie. Dat blijkt ook uit het volgende. China investeert nu in steenkoolenergie en veel minder in duurzame energie. Dit terwijl juist China kan beschikken over goedkope materialen om duurzame energie op te wekken. Als wij de klimaatverandering willen afremmen moet de economische groei stoppen. Iets wat binnen ons land en de EU gemakkelijk kan want er is genoeg welvaart. De verdeling tussen rijk en arm moet veranderen zodat in ons land niemand de voedselbank nodig heeft. De politiek moet de centrale banken opdracht geven de economische groei op 0 % te handhaven. Het financiële systeem verandert daardoor volledig. Groei komt in de reële economie voornamelijk uit steeds meer globalisering; de EU moet deze globalisering verminderen (zie ook punt 3).

Afremmen van de economische groei is ook noodzakelijk om de macht van de multinationals te verminderen, pensioenen en spaargelden niet verder in waarde te laten dalen, de huizenprijzen weer te normaliseren, de afvalberg minder snel te laten stijgen, de verspilling van grondstoffen tegen te gaan, verschil tussen arm en rijk te verkleinen, de leefbaarheid van Nederland te behouden, de afname van de biodiversiteit te stoppen, de spaarzame vrije ruimte om ons heen te behouden, de verruwing van de samenleving te laten afnemen, etc.

Op dit moment streven politici, economen en bankiers naar 2 % groei. Dit doet de klimaatmaatregelen volledig teniet. Politici, economen en bankiers die naar economische groei streven, accepteren bewust meer uitstoot van boeikasgassen en laten bewust de klimaatverandering steeds sneller verlopen. Het kan niet anders dan dat politieke leiders, economen en centrale bankiers zich op een gegeven moment moeten verantwoorden voor hun beleid. Een beleid dat honderden miljoenen de hongerdood injaagt.

Ad 3; Andere landen dwingen de uitstoot te verminderen. Met de huidige ver doorgevoerde globalisering is het goed mogelijk economische dwang uit te oefenen. Te denken valt aan in de tijd geleidelijk oplopende invoerheffingen op massaproducten. Massaproducten zijn veelal onder foute condities gemaakt. Importheffingen maken het mogelijk deze producten binnen de EU te maken onder gecontroleerde condities en met duurzame energie.

Globalisering zorgt voor meer concurrentie en maakt daardoor producten goedkoper. Men concurreert bij massaproducten door te produceren onder steeds goedkopere (foute) condities. Een bedrijf (multinational) moet hierin meegaan, wil het blijven bestaan. Foute condities zijn: goedkopere energie (kolencentrales met weinig of geen milieueisen) gebruiken, subsidies op energie van de overheid krijgen, minder milieueisen stellen (bijvoorbeeld de gifspuit op voedsel), afval dumpen, belasting ontduiken, personeel uitbuiten (meer uren en/of personeel uit een ander land met lagere lonen), intellectueel eigendom omzeilen, andere subsidies krijgen etc. Massaproducten zijn: kleding, voedsel, gebruiksvoorwerpen, zonnepanelen, staal etc.

Ad 4; De wereldbevolking moet verminderen. De aarde kan 3 tot 4 miljard mensen voorzien in een welvaart op het niveau van het Westen. De bevolking bestaat nu uit 7 miljard mensen en gaat explosief naar 10 tot 11 miljard mensen toe. Mensen die allemaal een potje willen koken en de westerse welvaart willen bezitten. Deze bevolkingsexplosie versnelt de toename van broeikasgassen. Praten over een krimp van de bevolking lijkt onmogelijk. Politieke en religieuze leiders moeten geboortebeperking promoten.

Ad 5; Ons land moet zich verdedigen tegen de gevolgen van een temperatuursverhoging van meer dan 3 graden Celsius. Het belangrijkste gevolg lijkt een enorme zeespiegelstijging te zijn. Dat betekent: geld reserveren, infrastructuur aanpassen, keuzes maken welk stuk land verdedigen en welk stuk land prijsgeven aan het water.